‘We are going to Wilpena Pound to camp, shiver, hike the St Mary and do a bit of train nerding. Do you fancy it?’ Dat was de vraag die Rachel & Mike -de eigenaren van het appartement waar we de eerste maand verbleven- ons een tijd geleden stelde. De trip zou in het lange weekend zijn waarvan de maandag een vrije dag was in verband met de Queen’s Birthday. Een soort Koninginnedag dus en een van de laatste public holidays dit jaar.
Nu wilden we al een hele tijd weer eens een tentje opzetten, maar het kwam er steeds niet van. Bovendien werden de avonden kouder en hielp het woord ’shiver’ in hun uitnodiging ook niet echt. Het zou bovendien hier winter zijn en dat hebben we net 1,5 jr kunnen overslaan. Wie gaat er dan in hemelsnaam in een tentje slapen en vrijwillig kou lijden, vroeg ik me zo af. In de Outback nog wel, waar we nachten in de winter rond het vriespunt liggen. En train nerding tot daar aan toe, maar de St Mary beklimmen? We hebben het dan over het hoogste punt van South Australia (1200 m) terwijl ik na de hike naar Mount Lofty (’slechts’ 710 meter) vorige week toch zo’n drie dagen amper de ene been voor de andere kon zetten. Hiken is 1 ding, maar deze piek beklimmen is pas voor échte bikkels weggelegd. Toch trok de gedachte ons aan om te kunnen kamperen in dat prachtige gebied. Wilpena pound, een nationaal park, ligt in de Flinders Ranges, zo’n kleine 500 km noordelijk van Adelaide. Afstand Den Haag – Parijs ongeveer. En dan zit je nog in South Australie, go figure. Het is een natuurlijk amfitheater van 80 km2, omgeven door bergen van 800 miljoen jaar oud. De Himalaya’s zijn hierbij vergeleken een puber, zo vertelde een gids mij later. En volgens vele Ozzies is het een magisch gebied, wat je zeker gezien moet hebben. Het avontuur lonkte en ons antwoord was uiteindelijk: ‘Count us in (who’ll bring the booz?)’
Hit the road!
Afgelopen vrijdag was het zover. We besloten ons te bewapenen tegen de kou en pakten zoveel kleding, dekbedden, slaapzakken, thermische kleding kruiken en survival food mee als in onze 4WD paste. Aangezien we nog nooit naar het Noorden waren gereden, besloten we het rustig aan te doen. Al snel nadat je de stad uit bent, begint het Grote Niets. Back o’Beyond. The Never Never. Of in Ozzie slang: GAFA (Great Australian Freak All). Eindeloze vergezichten. Heuvels. Schapen, veel schapen. Passerende roadtrains. Gumtrees, in alle soorten en maten. Clear blue skies, een prachtige lichtval en bijzondere wolkenformaties. En verbazingwekkend veel groen. Cruise control instellen en karren maar. Op naar Wilpena Pound voor een hard core camping trip!
Bij de visitor centre meldden we ons en kregen we een kampeervergunning. Er waren 450 (!) plaatsen en we mochten zelf een plekje uitzoeken; de meeste bezoekers zaten namelijk in het bijgelegen resort. Op de campground zelf zag je veel campers en hier en daar een tent. Rachel & Mike waren nog onderweg en Paul & Katherine, een stel uit Engeland die we al een keer hadden ontmoet en twee jaar in Oz wonen, kwamen ook, maar een dagje later. We zochten een prachtig plekje uit. Tent opgezet en ‘winterklaar’ gemaakt
Toen Rachel & Mike zich ook geinstalleerd hadden, doken we meteen het restaurant in voor een happie en een sappie. We doken vroeg onder de metershoge dekbedden om er de volgende ochtend weer vroeg (en verrassend opgewekt) onder vandaan te kruipen om treintje te gaan rijden.
Pichi Richi Railway
De Pichi Richi, geheel gerund door vrijwilligers, biedt een historische treinrit door de Flinders ranges. Met een dubbele stoomtrein, die over de (smalle) rails van de oude Ghan rijdt, reden we van Quorn naar Port Augusta en terug. Een rit van zo’n kleine 80 km. Voor treinliefhebbers van jong en oud dé ultieme droom. Slechts een keer per jaar rijdt deze stoomtrein, wat ervoor zorgde dat er bij het station, langs de rails en op de wegen mensen stopten, zwaaiden, filmden en foto’s maakten. We hingen uit het raam, genoten van het uitzicht en tsjoekten langs een landschap wat je niet zou verwachten in de Outback. Groen, weelderig en heuvelachtig. In onze coupe vertelde een gids van alles over het gebied en over de drijvende kracht van de vele vrijwilligers. Een unieke ervaring!
Tijdens een stop in Port Augusta (een badplaats in Yorke Peninsula), viel me ineens op dat Eup een dikke wang had. Door de train nerding had hij het zelf niet in de gaten, en al gauw bleek dat het er niet beter op werd. In het restaurant belden ze naar een tandarts, maar kregen geen gehoor. Niet zo raar als je je bedenkt dat het zaterdag was, in een feestweekend. Eenmaal terug in Quorn aan het eind van de middag, besloten we een ziekenhuis op te zoeken en vonden er een in Hawker, de ‘grootste’ stad in de omgeving (500 inwoners). Een vriendelijke aboriginal dame opende de deur en daar zaten we dan, in de ziekenboeg. Na wat algemene metingen, formulieren en een belletje, bleek het om een infectie te gaan en gaf ze Eup antibiotica mee. In het pikkedonker reden we voorzichtig (in verband met overstekende kangeroos) terug naar de camping, terwijl de meest schitterende sterrenhemel boven ons verscheen. We stopten de auto, stapten uit en keken recht in een oogverblindende bijna angstaanjagend heldere Melkweg.
St Mary’s peak
Zondagochtend stonden we met het volgelgekwetter weer vroeg op om in polar outfits naar de hete douches te rennen en daarna blauwbekkend een ontbijtje klaar te maken. Inmiddels hadden ook Paul & Katherine de ijskoude nacht in hun tent doorgebracht. Wilpena Pound trok niet alleen kampeerders, maar ook wildlife aan; overal op deze camping stonden en lagen kangeroos, krabten wat aan hun vacht en zo bleek later, zochten naar hapjes. Geen vuilniszak was veilig en zelfs de pakjes noodles die op tafel lagen, knabbelden ze op of verdwenen in hun buideltje :) Met z’n zessen vertrokken we al vroeg voor de wandeltocht der wandeltochten. Het eerste deel in de Wilpena Pound was vlak, maar al snel werd het steil. Klimmen en klauteren, zwoegen en zweten. En ze hadden er de vaart in, want ze wilden voor het donker thuis zijn! Halverwege wees Rachel mij de top van St Mary aan en ik dacht écht dat ze een geintje maakte. Zij hadden het al een paar keer gedaan en verzekerden ons dat het zou lukken. Doorlopen dus. Alhoewel, dat werd letterlijk rotsen beklimmen en steeds verder uitkijken over de vergezichten van de Flinders Ranges.
Vraag me niet HOE, maar daar stond ik dan, op de top van de St Mary. Met 360 graden adembenemend uitzicht. Wauw! Ik was dan wel de laatste, maar heb het zonder kleerscheuren gered. Vliegtuigjes voor een scenic flight vlogen voortdurend voorbij en wij zwaaiden enthousiast. Het blikje cola en broodje ei smaakte zelden zo lekker. Voordat we echt bevroren, startten we de afdaling en onderweg vroeg ik me af hoe we dat hebben kunnen klimmen. Het duurde uren die afdaling en Eup kreeg klutsknieen, ik zwabberbenen en voor ons allemaal werd het een race tegen de klok. De laatste uren waren weer op vlak terrein en op ons tandvlees bereikten we vlak na sunset de tenten, ploften neer en proostten op onze prestatie: 1200 meter geklommen naar St Mary’s peak, negen uur gebuffeld en 21 km in totaal afgelegd.
Een nieuwe traditie
We flansten wat pasta in elkaar, stookten een kampvuur en trokken wat flessen open. Met een heerlijk voldaan gevoel keken we terug op onze tocht, staarden in de vlammen, nipten aan een campingbekertje wijn en keken voortdurend omhoog naar de heldere sterrenhemel. Ondanks de spierpijn genoten we volop en spraken we af om elke maand samen ergens te gaan kamperen. Tenslotte: this was as cold as it gets..
Koud was het zeker die nacht. Ik had twee kruiken, een ijspak aan, drie dekbedden en ijspegels aan m’n neus. En Eup lag lekker in z’n shortje…Het bleek die nacht twee graden gevroren te hebben en alles was die ochtend bedekt onder een dun laagje ijs. En de kangeroos zaten rond het nasmeulende kampvuur, ook zij hadden het koud
We zouden het rustig aan doen. Een klein hikeje doen om de spieren wat op te warmen. Uiteindelijk werd dat weer een lange tocht, waarbij ik de look out maar even voor gezien hield. Eups wang hield zich aardig koest gelukkig. Pasta stond op het menu en in het kampvuur smeulden we bananen. Eup roosterde wat worstjes op een takje. En wederom zorgde de heldere sterrenhemel voor stress: staar ik in het vuur of kijk ik naar boven?
Dinsdagochtend braken we het kamp op, de tenten waren nat van het ijs en zouden we thuis nog wel drogen. We namen afscheid en planden de volgende trip naar Mc Laren Vale: een wijngebied in de Fleurieu Peninsula. Die daarna zal in Port Elliot zijn; augustus is namelijk de beste maand walvissen te spotten. Door het Grote Niets reden we terug naar Port Adelaide en namen dit keer de scenic tour via Clare Valley; ook een wijngebied. We waren blij om weer naar huis te gaan, maar nog blijer dat we uiteindelijk toch zijn gaan kamperen. Het voelde alsof we weken weg waren geweest, echt een unieke ervaring. Kamperen in Winterwonderland, zo gek nog niet! Ginger & Turd, Mouse & Superwoman and Eup: thanx a million for an amazing camping experience!!
Klik hier voor de foto’s van de Pichi Richi Steam train ride.
En klik hier voor de foto’s van de hike naar St Mary’s peak.

